Tolk bij het journaal
Het is 6.50 uur, tien minuten voor het eerste NOS Journaal van de dag. Sandra Markies heeft van de journaalredactie een uitdraai gekregen van de teksten die presentator Herman van der Zandt zo direct zal voorlezen. "Een makkelijk journaal vandaag", zegt ze, terwijl ze de teksten doorbladert. "Niet veel moeilijke termen en ingewikkelde namen." Sandra Markies is een van de zeven gebarentolken die de ochtendjournaals van de NOS in Nederlandse Gebarentaal vertalen voor doven en slechthorenden (vanaf hier kortweg 'doven'). Drie keer per ochtend gaat ze 'live', vanaf 7.00 uur ieder heel uur, en tussendoor tolkt ze ook het Jeugdjournaal van de avond ervoor, dat iets later in de ochtend wordt uitgezonden.
Het journaal wordt inmiddels zeven jaar getolkt, en Markies was er bijna vanaf het begin bij – eerst als vakantie-invaller, daarna als vaste kracht. Markies: "In het begin begreep lang niet iedereen waar wij nou precies voor nodig waren. Een van de eerste tv-programma's met een tolk gebarentaal was de Troonrede, en daarvan sprak men destijds schande: al dat oneerbiedige armgezwaai van die tolken vóór onze koningin! Veel mensen, onder wie ook sommige journaallezers, begrepen niet waarom doven de journaals niet gewoon konden liplezen of waarom de ondertiteling via teletekst niet volstond. We hebben vaak moeten uitleggen dat gebarentaal de taal is waarin doven zich het best kunnen uiten en die zij het best kunnen begrijpen. Niet alle doven beheersen het Nederlands goed, en zelfs als ze er vaardig in zijn, dan vergen lezen en spraakafzien veel concentratie. Er zijn nog steeds misverstanden, maar beetje bij beetje is er toch steeds meer waardering gekomen voor de getolkte uitzendingen."
"Niet te tolken"
In die laatste minuten voor het eerste ochtendjournaal zoekt Markies nog even snel het gebaar op voor Somaliër - dat woord zal de nieuwslezer straks gebruiken om de nationaliteit aan te duiden van een van de belagers van Ehsan Jami, voorzitter van het Comité voor ex-moslims. Markies duikt in een van de gebarentaalmappen die in haar eigen studio staan, en ze surft naar het - voor iedereen toegankelijke - online videowoordenboek van het Nederlands Gebarencentrum. Ook over ex-moslim denkt ze even na.
Dan begint het journaal: personeel in verzorgingstehuizen wordt onvoldoende beschermd, Rusland heeft mogelijk een bom gegooid op het Georgische dorp Tsitelubani en Nederland won de dag ervoor een honkbalwedstrijd ondanks gevaarlijk spel van tegenstanders Okayama, Sakakibara en Iwamoto. De nieuwslezer leest, Markies vertaalt - rustig en beheerst, maar met veel mimiek.
"Pfff, die Japanse namen," verzucht Markies na afloop, "die waren echt niet te tolken." Ze kwamen voor Markies als een verrassing, want alleen de teksten van de nieuwslezer worden voor haar uitgeschreven en die van reportages en de sportverslagen tussendoor niet. Ook het bericht over de Russische bom in Georgië was nieuw voor haar. Dat had de redactie op het laatste moment toegevoegd aan het journaal. Om kwart over zeven zoekt Markies ook Georgië op in de mappen, zodat ze in het uur erna het officiële gebaar voor dat land kan maken in plaats van de geïmproviseerde versie in de eerste uitzending (het gebaar voor de letter g, met het 'mondbeeld' voor Georgië). "Het journaal blijft spannend om te doen", zegt Markies. "Het gaat razendsnel, en soms mis je dingen. Het is dan de kunst om de draad weer rustig op te pakken, en het in het journaal erna beter te doen." Over de twee journaals die volgen, is ze een stuk tevredener.
door: Saskia Aukema
bron: www.onzetaal.nl

