Tolk in de klas
Hoe werkt dat nou, een tolk in de klas?
In de eerste plaats is de tolk verantwoordelijk voor het goede verloop van de communicatie tussen de dove of slechthorende leerling, de leerkracht en de klasgenoten. De tolk vertaalt alles wat er gezegd wordt door de leerkracht en klasgenoten in Nederlandse Gebarentaal.
Verder vertaalt de tolk, als dat nodig is, wat de dove of slechthorende leerling zegt in gesproken Nederlands. Als de dove of slechthorende leerling niet of niet goed kan lezen vertaalt de tolk bij toetsen of proefwerken het geschreven Nederlands in gebarentaal.
Regels en afspraken:
-
De tolk heeft zwijgplicht/plicht tot geheimhouding. Dit wil zeggen dat de tolk aan niemand informatie zal geven over de tolksituatie. Deze tolksituatie zal ook niet met anderen besproken worden.
-
De tolk is een neutrale tussenpersoon en heeft dan ook niet de functie van begeleider. Studieresultaten moeten dus niet met de tolk besproken worden.
-
Om zijn werk te kunnen doen, moet de tolk altijd goed kunnen horen wàt er gezegd wordt. Als er door elkaar heen gepraat wordt, of als er onduidelijk of te zacht wordt gesproken, kan de tolk zijn werk niet goed doen. Hij of zij grijpt dan in met het verzoek of de sprekers duidelijker en om de beurt willen praten.
-
De tolk is er voor een dove of slechthorende leerling. Hij is dus in principe alleen maar in de klas als de leerling er ook is. De tolk neemt dus niet waar voor de leerling als deze er niet is. Dit betekent dat als de leerling bijvoorbeeld even de klas verlaat, dat de tolk dan stopt met vertalen. Hij geeft ook geen samenvatting van de dingen die de leerling gemist heeft. Als de leerling weer in de klas is, zal de tolk verder gaan met vertalen van alles wat er vanaf dat moment gesproken wordt.
-
De tolk is verantwoordelijk voor het zo goed en volledig mogelijk vertalen van het Nederlands. Maar hij is er niet verantwoordelijk voor of de leerling de lesstof begrijpt. Als iets niet duidelijk is voor de leerling, zal die aan de spreker moeten vragen om het nog een keer uit te leggen, en niet aan de tolk. Dit vragen om verduidelijking zal dan natuurlijk wel via de tolk gebeuren.
-
De tolk is er niet verantwoordelijk voor of de leerling wel of niet oplet en ook niet of de leerling zich goed gedraagt. Het is de taak van de leerkracht om de leerling hierover aan te spreken. (Ook nu kan dit via de tolk gebeuren.)
-
Als de leerling een proefwerk maakt, blijft de tolk de rol van vertaler houden. Als de leerling dit wil zal de tolk het geschreven Nederlands vertalen in gebarentaal. De tolk zegt niet voor maar vertaalt dus alleen de vragen.
-
Als er tijdens de les een video wordt vertoond, dan vertaalt de tolk het gesproken Nederlands van de video.
-
Een leerkracht spreekt de leerling aan en niet de tolk. Hij gebruikt dus ‘jij’ en niet ‘hij’ of ‘zij’.
Praktische informatie:
-
Een goede stoel voor de tolk is een kleine moeite maar van groot belang voor de tolk!
-
Als de tolk voor de eerste keer in een klas komt tolken, is het goed als de tolk wordt voorgesteld. Dit kan de tolk zelf doen òf samen met de leerling òf samen met de docent. Zo kan zijn rol en functie uitgelegd worden. Dit voorkomt onduidelijkheden.
-
De tolk zit met zijn gezicht naar de leerling, en dus meestal met zijn rug naar het schoolbord. Als de leerkracht iets aanwijst op het bord, dan kan de tolk dus niet zien wàt deze aanwijst. Het is daarom belangrijk dat de leerkracht ook zegt wat hij of zij aanwijst. Zo kan de tolk het vertalen. Om de leerling de kans te geven om ook even naar het bord te kijken in plaats van naar de tolk, zal de leerkracht iets langer moeten aanwijzen, dan hij of zij dat normaal gesproken zou doen.
-
Omdat de leerling bijna voortdurend naar de tolk moet kijken om goed op te kunnen letten, is het maken van aantekeningen voor hem een probleem. De leerling zou afspraken kunnen maken met andere leerlingen over het kopiëren van hun aantekeningen, of de aantekeningen van de leerkracht kunnen kopiëren.
-
Een leerling werkt in de praktijk samen met verschillende tolken. Voor zover dat mogelijk is heeft een leerling op één dag te maken met maar één tolk. In principe lopen deze tolken het hele schooljaar mee.
Roosterwijzigingen/ Informeren van tolken:
-
Het is van belang dat de tolk de juiste informatie heeft. Op de eerste plaats moet de leerling er zelf voor zorgen dat de tolk op de hoogte is van roosterwijzigingen, toetsweken, vakanties, excursies, enzovoorts. Het is handig als de tolk op school een tolkenpostvak heeft waarin hij het actuele rooster en eventuele bijzonderheden kan vinden.
-
Voor de tolk is het prettig als de receptie van de school op de hoogte is dat de tolk komt. De receptie kan de tolk dan doorverwijzen naar het lokaal waar hij moet zijn.
-
Tolken moeten direct door de leerling of door de school op de hoogte worden gesteld van onverwachte wijzigingen, zoals ziekte. Dit kan per e-mail of telefonisch.

