juli 2008
Wanneer kun je een tolk inzetten? En wat zijn de voordelen van een tolk? Het antwoord op deze en andere vragen is te vinden in deze rubriek. Vanaf mei 2008 is op de website van Tolknet elke maand een interview te vinden met iemand die gebruik maakt van tolken. In totaal verschijnen er twaalf interviews op de site. De interviewserie is geschreven door onze stagiaire Daphne Hilhorst.
‘Aleidus, waar blijven die knappe dames van je?’
Aleidus Aalderink (62 jaar) is doof geworden door een oorontsteking toen hij een jaar was. Hij heeft drie broers en vier zussen. Een van zijn zussen is ook doof. Aleidus is getrouwd met een dove vrouw, Jannie. Van 2002 tot 2006 zat hij in de gemeenteraad van Zoetermeer.
‘Mijn ouders hadden acht kinderen en een boerderij om voor te zorgen. Veel persoonlijke aandacht was er daarom niet. Ik kon alleen maar observeren en kopiëren wat de anderen deden’, vertelt Aleidus. ‘Waarom bepaalde dingen gingen zoals ze gingen, begreep ik soms niet. Pas toen ik naar school ging en later toen ik boeken ging lezen, begreep ik hoe de wereld in elkaar stak.’
Gebarentaal
Aleidus is oraal opgevoed. Op school en thuis werd geen gebarentaal gebruikt. Doven moesten leren liplezen en praten. Zijn familie begrijpt daardoor nog steeds niet goed dat gebarentaal een volwaardige taal is. Toen zijn schoonzus een jaar geleden na een herseninfarct niet meer kon praten, vertelde zijn broer dat hij niet meer met zijn vrouw kon communiceren. ‘Ik zei hem toen dat hij met een dove broer en zus toch zou moeten weten dat je via gebarentaal een volwaardig gesprek kunt voeren’, vertelt Aleidus. ‘Zelf waren ze daar nog niet opgekomen.’
Werk vinden
Toen Aleidus zijn opleidingen volgde, bestonden er nog geen tolken gebarentaal. Studeren was hierdoor zwaar. Aleidus kon alleen maar zelf de boeken bestuderen en aantekeningen van medestudenten overnemen. Nadat hij de MTS gehaald had, probeerde hij een baan te vinden. Dat was nog niet zo eenvoudig. ‘Als ik in mijn sollicitatiebrief aangaf dat ik doof ben, dan werd ik nooit voor een gesprek uitgenodigd. Als ik mijn doofheid in de sollicitatiebrief verzweeg, dan kwam ik nooit verder dan een eerste gesprek’, zucht Aleidus. ‘Uiteindelijk is er via-via voor mij een baan gecreëerd. Daar was ik erg blij mee.’
In de trein
‘Voor mijn werk heb ik een jaar lang heen-en-weer gereisd met de trein vanaf Hasselt in Overijssel naar Den Haag. Een aardig stuk, waarbij je ook een paar keer moest overstappen. Doordat ik de omroepberichten niet kon horen, wist ik ook niet of een trein vertraging had of van een ander perron vertrok. Toch heb ik daardoor nooit een trein gemist. Ik wist namelijk precies welke mensen er in dezelfde trein meereisden. Door hen te volgen, kwam ik altijd in de juiste trein terecht’, lacht Aleidus.
Politiek actief
Aleidus was politiek geïnteresseerd en werd lid van het CDA. Na een paar jaar werd hij gevraagd als penningmeester en later als kandidaat voor de gemeenteraad. Uiteindelijk heeft hij vier jaar lang de belangen van het CDA in de gemeenteraad van Zoetermeer behartigd. Hij heeft geprobeerd zijn mederaadsleden bewust te maken van doven en slechthorenden: ‘Zoetermeer is een stad waar veel doven en slechthorenden wonen, maar zij worden door de gemeente te makkelijk vergeten. Een voorbeeld? Op een gegeven moment kreeg iedereen in Zoetermeer een dvd over de stad. Een mooi initiatief, maar op de dvd stond geen ondertiteling. Toen ik mijn mederaadsleden attendeerde op dit feit, stonden ze volledig achter me: op de volgende dvd moest ondertiteling komen. Helaas bleek twee jaar later bij de volgende dvd dat ze er niets van geleerd hadden, want ook op deze dvd ontbrak de ondertiteling. Zoetermeer wil graag dat alle inwoners van de stad mee kunnen doen, maar gehoorverlies is een onzichtbare handicap. Daardoor worden doven en slechthorenden vaak vergeten.’
Gemeenteraadsvergaderingen
Vooral tijdens zijn periode in de gemeenteraad maakte Aleidus veel gebruik van tolken. Bij elke gemeenteraadsvergadering zette hij twee tolken in. ‘De raadsvergaderingen hadden geen pauze, daarom zette ik altijd twee tolken in. Verder was de eindtijd van de raadsvergaderingen onbekend; dat maakte het lastig om tolken te regelen. Gelukkig kon ik altijd op een paar vaste tolken rekenen. De overige raadsleden maakten er soms wel grappen over: ‘Aleidus waar blijven die knappe dames van je?’ Ik kon daar altijd wel om lachen.’
Aleidus koos bij de gemeenteraadsvergaderingen specifiek voor tolken Nederlands ondersteund met gebaren (NmG). ‘In de politiek zijn nuances van groot belang. Als je een nuance verkeerd interpreteert, dan praat je langs elkaar heen. Het is bijna onmogelijk om deze nuances goed om te zetten naar gebarentaal, daarom koos ik bewust voor tolken NmG. Ik koos er ook voor om mijn eigen stem te gebruiken tijdens de raadsvergaderingen. Ik wilde zelf graag de juiste nuances kunnen leggen.’ Aleidus is blij met de tolkvoorzieningen in Nederland: ‘Zonder tolken was het voor mij onmogelijk geweest om in de gemeenteraad te zitten. Dankzij de tolken kreeg ik alles mee. Daardoor kon ik volwaardig deelnemen aan de raadsvergaderingen.’
Jordanese doven
Aleidus en Jannie zetten zich in voor de stichting Allah Kariem. Deze stichting biedt hulp aan doven in Jordanië. ‘Samen met mijn vrouw bezoek ik daar een dovenschool en andere projecten. In het voorjaar van 2008 hebben we ook een conferentie bijgewoond. De conferentie was volledig in het Engels. Spraakafzien is dan moeilijk. Om de conferentie goed te kunnen volgen, hebben we twee tolken vanuit Nederland laten overkomen om alles voor ons te vertalen van het Engels om naar Nederlandse Gebarentaal. Op deze manier konden we de conferentie ontspannen volgen.’
Bewustwording
Aleidus geeft ook voorlichting over doof zijn op basisscholen. Op die manier wil hij bewustzijn creëren bij de scholieren. ‘Ik probeer de kinderen uit te leggen hoe het is om doof te zijn, welke hulpmiddelen er zijn en hoe je kunt voorkomen dat je doof wordt’, vertelt Aleidus. Tijdens de voorlichting is er ook altijd een tolk aanwezig in de klas. Aleidus begint de voorlichting altijd met zijn eigen stem. Pas na een paar minuten schakelt hij over op gebarentaal en gaat de tolk voor hem stemtolken. ‘Zodra ik ga gebaren en de tolk gaat stemtolken, kijken alle kinderen opeens naar de tolk. Ik leg ze dan uit dat ze naar mij moeten kijken, omdat ik degene ben die tegen hen praat. Sommige kinderen vinden dat erg lastig, omdat ze gewend zijn te kijken in de richting waar het geluid vandaan komt.’
Aleidus vindt het belangrijk om de leerlingen ook te waarschuwen: ‘Ik vertel hen altijd dat ze hun muziek op hun iPod niet te hard moeten zetten. De muziek kan tegenwoordig zo hard op die apparaten, dat veel kinderen kans hebben op een blijvende gehoorbeschadiging.’

