Actueel
Over het Tolken
Tolknet
Tolkmatch
"Tolknet houdt je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen"

mei 2008

Wanneer kun je een tolk inzetten? En wat zijn de voordelen van een tolk? Het antwoord op deze en andere vragen is te vinden in deze rubriek. Vanaf mei 2008 is op de website van Tolknet elke maand een interview te vinden met iemand die gebruik maakt van tolken. In totaal verschijnen er twaalf interviews op de site. De interviewserie is geschreven door onze stagiaire Daphne Hilhorst.



 
‘Juist door het inzetten van een tolk ben ik onafhankelijk’

Wouter Bolier (23 jaar) is sinds zijn 18e plotsdoof. In een nacht tijd verloor hij zijn laatste restgehoor.

Wouter Bolier‘Dat ik slechthorend was, is pas op mijn vierde ontdekt. Mijn moeder twijfelde al langer aan mijn gehoor en de juf vond ook dat er iets niet klopte, dus toen ben ik getest’, vertelt Wouter. Wouter bleek doof aan zijn linkeroor. Aan zijn rechteroor had hij op dat moment een gehoorverlies van 50dB. Daarna ging hij naar een basisschool voor slechthorende kinderen in Schagen, maar na een jaar keerde hij terug naar de basisschool op Texel. ‘Elke dag heen en weer van Texel naar Schagen was veel te vermoeiend. Bovendien zat ik op Texel in een kleine klas. Met mijn hoortoestel kon ik me daar prima redden.’

Plotsdoof
‘Op de middelbare school gebruikte ik solo-apparatuur*, zodat ik de verschillende docenten beter kon verstaan. Alles ging goed, tot de kerstvakantie van VWO-6.’ Wouter was toen zwaar slechthorend; het gehoorverlies aan zijn rechteroor was in veertien jaar tijd toegenomen tot 70dB. Na een avond stappen met zijn vrienden werd hij de volgende ochtend wakker zonder nog iets te horen. Het gehoorverlies was in een nacht tijd toegenomen tot 110dB. Sindsdien is Wouter doof. De oorzaak van zijn plotselinge gehoorverlies is nog steeds onbekend.

‘Communicatie was opeens heel moeilijk. Gelukkig kon ik al liplezen en was ik visueel al sterker, doordat ik slechthorend was. Toch liep ik de hele dag met een schrijfblokje en een pen rond. Als ik iets niet begreep, dan konden mensen het opschrijven. Op school kon ik niet meer meekomen. Ik werd depressief en ben gestopt met school. De timing was heel slecht: ik hoefde nog maar een paar maanden tot mijn eindexamen.’ Om niet thuis op de bank te zitten, heeft Wouter een aantal maanden bij een aannemersbedrijf gewerkt. ‘Tijdens het werken kreeg ik weer zelfvertrouwen. Ik merkte dat ik nog wat kon, dat ik nog nuttig was. Dat gaf me de moed om mijn diploma te gaan halen. Ik hoefde alleen nog maar het laatste jaar.’ Wouter kreeg een aangepast lesprogramma en hij haalde zijn VWO-diploma. ‘Het was loodzwaar, maar ik heb het wel gehaald!’, vertelt Wouter trots.

Wat nu?
Wouter had veel om over na te denken. Hij moest bedenken wat hij nu wilde gaan doen. Zijn plan was altijd om in Wageningen te gaan studeren, maar dat zag hij door zijn doofheid niet meer zitten. Ook de keuze over het wel of niet nemen van een Cochleair Implantaat (CI) leverde veel stof tot nadenken op. Om rustig de tijd te nemen voor deze belangrijke beslissingen is Wouter een jaar gaan werken.

Wouter en zijn familie volgden een cursus Nederlands met Gebaren (NmG) om beter met elkaar te kunnen communiceren. Wouter: ‘Ik zag meteen dat gebarentaal heel handig was en dat ik daar veel meer van wilde leren. De cursusleider wees me op de Hogeschool Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. Na een meeloopdag in Amsterdam had ik gelijk een goed gevoel: dit is mijn opleiding!’

Onafhankelijk
In januari 2005 kreeg Wouter zijn CI en in september startte hij met de opleiding Nederlandse Gebarentaal in Amsterdam. Door middel van zijn CI en solo-apparatuur kon hij de colleges redelijk volgen. Tolken gebruikte hij nog steeds niet, maar door zijn opleiding groeide wel zijn interesse. ‘Doordat ik gebarentaal leerde, begon ik steeds meer de voordelen van een tolk ten opzichte van solo-apparatuur te zien. Toen ik net doof geworden was, wilde ik niets weten van een tolk of andere hulpmiddelen. Langzamerhand begon ik mijn doofheid te accepteren en ging ik steeds meer hulpmiddelen gebruiken. Bijvoorbeeld een trilwekker en een flitsbel. Maar een apparaat is toch wat anders dan een mens.’ Wouter gaat verder: ‘Het idee is vaak dat je als dove afhankelijk bent van een tolk, maar met een tolk ben ik juist onafhankelijker. Ik kan doen wat ik wil doen, op het moment dat ik het wil doen. Als ik een tolk inzet bij mijn colleges ben ik minder moe, want door de visuele ondersteuning is het volgen van colleges makkelijker. Bovendien krijg ik door het inzetten van een tolk meer mee van wat er om mij heen gebeurt. Als ik solo-apparatuur gebruik, dan hoor ik de docent beter, maar mijn medestudenten kan ik nog steeds niet volgen. De tolk vertaalt ook wat mijn medestudenten zeggen.’

Teamtolken
‘In het begin deed ik mijn tolkaanvragen via Tolkmatch van Tolknet. Nu heb ik een lijstje van tolken die ik prettig vind en probeer ik eerst zelf een tolk te regelen. Als dat niet lukt, dan probeer ik het alsnog via Tolkmatch. Inmiddels zet ik bij al mijn colleges tolken in. De tolkopdrachten die ik heb, zijn behoorlijk intensief: het zijn colleges op universitair niveau en bovendien ben ik een veeleisende klant. Als een college langer dan twee uur duurt of als het een moeilijk vak is om te tolken, zet ik daarom standaard twee tolken in. Bij teamtolken wisselen de tolken elkaar steeds af. De tolken krijgen hierdoor meer rust en daardoor is hun concentratie tijdens het tolken optimaal. Ook kunnen de tolken elkaar aanvullen of verbeteren als dat nodig is. De vertaling die ik krijg, is daardoor van een veel betere kwaliteit.’

Zwijgplicht
Ook bij familiegelegenheden zet Wouter tolken in. Wouter: ‘In december vierden we Sinterklaas met de hele familie. Dat was de eerste keer dat ik een tolk inzette bij een familiegelegenheid. Door de tolk hoefde ik niets te missen van de gedichten en grapjes.’ Wouter is blij met de zwijgplicht van tolken: ‘Op zo’n avond komen er altijd verhalen van vroeger boven tafel waar je liever niet aan herinnerd wil worden. Doordat de tolk zwijgplicht heeft, weet ik zeker dat hier niets over naar buiten komt.’


* Solo-apparatuur bestaat uit twee onderdelen: een zender en een ontvanger. De spreker heeft een zender met microfoon om. De luisteraar heeft een ontvanger om. Door middel van een FM-signaal wordt de informatie van de zender naar de ontvanger doorgestuurd. Met solo-apparatuur wordt de spraak versterkt, waardoor de luisteraar de spreker beter kan verstaan.

Indien u wilt reageren op het artikel, kunt u hieronder uw reactie invullen.

Uw reactie









(e-mail wordt niet getoond, wel verplicht)

 
    Ushi schreef op 14-05-2008 20:46
    Door inzetten van de tolk ben je inderdaad onafhankelijk, maar als de tolk niet beschikbaar is, ben je niet onafhankelijk...
      Ria niessen schreef op 10-05-2008 12:01
      Wat een interessant artikel, fijn om deze uitleg te krijgen. In mijn praktjk als ambulant begeleider kom ik deze situatie van plotsdoofheid ook tegen en kan door informatie uit dit artikel weer niewe ideeen opdoen die hopelijk gunstig gaan werken voor mijn leerling.